HET GEWETEN…

Onwetenden negeren het geweten

Zij wist het meteen, zij zag wat anderen nog niet konden zien en herhaalde de woorden van toen die haar moeder telkens herhaalde; ‘het komt steeds dichterbij’. Dan zegt ze nonchalant; ‘ach ja, ze zijn mensen aan het opruimen, we lopen met teveel rond op de wereld’. ‘Mijn moeder had heel goed in de gaten wat er destijds in haar geboorteland aan de hand was en ze kreeg nog gelijk ook’; zegt zij.

Zij vertelt…

Tot haar tiende jaar beleefde zij haar jeugd in Duitsland. Samen met haar moeder, haar stiefvader en oudere broer en zus woonden zij in Dinslaken in het Duitse Ruhrgebied. Haar stiefvader was Nederlander en verdiende de kost in de staalfabriek. Haar moeder was een fel tegenstander van het opkomende nazisme van destijds, ze walgde van de populistische machthebbers die een regime vormden, waarvan we allen de geschiedenis kennen.

Het was 1939, zij was vier jaar oud en begreep niet waarom andere kinderen niet meer bij haar thuis mochten spelen. Als haar moeder de deur uit ging, werd zij opgesloten in huis, zodat ze niet naar buiten kon gaan. Trots verteld ze dat het haar één keer was gelukt om het slot van het openslaande raam open te maken, waardoor zij stiekem naar buiten kon klimmen. Achteraf is haar ongehoorzaamheid flink bestraft door haar moeder, waardoor ze dat nooit meer heeft durven doen. Boos was ze op haar moeder die wel de deur uit ging naar feesten en partijen en de bioscoop. Maar was dat wel zo? Ging zij werkelijk feest vieren en liet haar kinderen alleen in een afgesloten huis? We zullen het niet weten.

Haar moeder was een rebel in hart en nieren en voor de duvel niet bang, ze vocht voor de vrijheid van haar kinderen. Toen de Grüner Politzei haar zoon kwam ophalen om loopgraven te delven voor de soldaten, kwam zij op voor haar rechten. Vastbesloten stond haar moeder in de voordeur, verankerd op haar grondvesten en de handen ferm op haar heupen gedrukt was zij onwankelbaar. Onverschrokken riep zij de mannen toe dat haar zoon geen kanonnenvoer was voor hun leger, dan zouden ze haar eerst uit de weg moeten ruimen. Uiteindelijk zijn de mannen vertrokken.

Na dit incident heeft een Joodse huisarts het gezin geholpen door een doktersverklaring te schrijven, waarmee haar zoon psychisch ongeschikt was verklaard voor het leger. Tijdens de oorlog heeft deze Joodse arts zelfmoord gepleegd.

Haar moeder stond bekend als Ausländer omdat ze met een Nederlander was getrouwd, hierdoor verkregen zij geen toegang tot etensbonnen of overheidssteun. Echter, haar kinderen zijn geboren uit een eerder huwelijk, zij hebben een Poolse vader en stonden in het bevolkingsregister als Rijks Duitsers geregistreerd.

Zij vertelt verder…

Haar oudere broer en zus waren aangesloten bij de Hitlerjugend, haar moeder kon dit niet voorkomen, ze had hier geen invloed op. De NSDAP (Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij) had een systeem ingevoerd dat totale zeggenschap inhield over de ontwikkeling van kinderen vanaf hun zesde jaar. Op school moest de jeugd worden opgevoed in de geest van het nationaalsocialisme, maar ook in hun vrije tijd. Het doel van de Hitlerjugend was, alle jongeren in elke ontwikkelingsfase aan de nazistaat binden en onderwerpen aan een gerichte indoctrinatie.

Op een dag kwam haar zus thuis van een meisjesbijeenkomst dat een onderdeel was van de Hitlerjugend, zij mocht führerin worden en was bekroont met een koord op haar scouting tenue. Woest trok haar moeder het koord van het tenue en verbood haar dochter ten strengste deze functie te aanvaarden. Zij zegt; ‘Als mijn zus dit aan de organisatie zou vertellen, was onze moeder in de gevangenis terechtgekomen’.

Zelf mocht zij op school geen Hitlergroet aan de meester geven, haar moeder had het verboden en gezegd dat zij dat niet hoefde te doen, ze was immers nog onder de zes jaar. Dit bracht docenten tot wanhoop, waarmee ze bijna dagelijks voor straf in de hoek van de klas moest staan, als voorbeeld voor haar klasgenoten. Later werd de docent zo boos dat zij de klas niet meer in mocht gaan en in een aparte kamer werd neergezet, zonder enige vorm van educatie. Uiteindelijk mocht ze van haar moeder thuis blijven en hoefde zij niet meer naar school.

Zij vertelt verder…

In de vooravond van de Kerstdagen in 1944 gluurde zij door het sleutelgat, zij zag haar moeder het eten voorbereiden en cadeautjes in gereedheid brengen onder de Kerstboom, voor de viering van de Heilige avond. Die ochtend slaat het noodlot toe, zij was toen negen jaar oud. In de vroege ochtend van december 1944 brak de hel los. Opgeschrikt door het luchtalarm vluchtten zij naar de kelder onder het huis die haar moeder met boomstammen had gestut, voor de bomaanslagen die het Ruhrgebied regelmatig teisterden om de Duitse industrie en  zijn bevolking te vernietigen. Haar stiefvader was al van huis gegaan naar zijn werk in de staalfabriek.

Fosforbommen zetten de stad in vuur en vlam, waarna een bommenregen vrijwel alle huizen en gebouwen met de grond gelijk maakten. Haar broer had in volslagen paniek het luik van de kelder kapotgeslagen om te ontsnappen aan de bommenregen. Zij kon door het luik naar buiten kijken en zag de totale vernietiging van het bombardement, niets stond nog overeind. De gestutte kelderruimte bleef met plafondscheuren intact, de boomstammen hebben hen gered. Het huis was volledig platgebombardeerd, maar zij hadden het overleefd. Verdoofd verlaten ze hun schuilplaats, de zware klap van de bom op hun huis heeft haar trommelvlies voorgoed beschadigd. Dinslaken stond in brand, bedekt met natte doeken die zij kregen toegeworpen renden zij door de straten. In de zoektocht naar haar broer, zagen zij de doden en gewonden tussen de puinhopen en brandende gebouwen liggen. Totaal ontredderd hebben zij hem aangetroffen, ook haar broer had het bombardement overleefd. Jaren later zou hij zelfmoord plegen.

Het gezin was weer herenigd, ook haar stiefvader heeft de aanslag overleefd en zijn dierbaren teruggevonden. Gezamenlijk vluchten zij de stad uit naar het platte land en vonden onderdak bij een boerderij. ‘De boer was een echte nazie, hij was een buffel, we moesten hard werken op het land en we kregen amper te eten’; zegt ze. Soms nam ze eieren uit het kippenhok en verstopte deze onder haar kleding. Op een dag had de boer dit in de gaten en moest zij aan een politieagent de diefstal opbiechten. ‘Het was geen leuke tijd’ zegt zij starend voor zich uit, er valt een stilte…

Zij vertelt verder; ‘ik kwam uit de hel en in de hel’

De oorlog kwam tot een einde waarbij zij werden gewaarschuwd Duitsland te verlaten, zij zouden anders worden gevangengenomen. Door het huwelijk was haar moeder Nederlander geworden, maar zij, haar broer en zus waren Rijks Duitsers, het gezin zou worden gescheiden. Zij herinnerd zich een lange reis in een goederentrein, onderweg werd de trein beschoten met machinegeweren. Ziek aangekomen in België, werd zij met een longontsteking opgenomen in een ziekenhuis. De doctoren hadden haar opgegeven, maar ze hersteld en het gezin vertrekt naar het thuisland van haar stiefvader. Zij herinnerd zich een aantal opvang adressen. Zij is tien jaar oud en spreekt Duits, de bevolking was vijandig en boosaardig. De scholen waren voor haar een pure kwelling, zij werd buitengesloten en gehaat. Zij was destijds een mof, de oorzaak van hun leiden. Ze vonden dat zij moest terugkeren naar haar eigen land.

‘Er zijn verschrikkelijke dingen gebeurd, ik heb veel onderdrukt’; zegt ze. Zij staart voor zich uit en zegt; ‘ik heb ze allemaal vergeven’. Zij wordt weer stil en ziet het oorlogsleed opnieuw voor haar geestesoog verschijnen…

“ZIJ” is onze moeder, de moedige vrouw waaruit ik en mijn twee zussen zijn geboren.

De telefoon gaat, ik hoor mijn moeder boos en verdrietig aan de ander kant van de lijn. Ze heeft het nieuws gekeken en voelt zich machteloos, net als toen. Ze voelt zich buitengesloten, net als toen. Toen was ze een mof en nu is ze een wappie, omdat ze geen mondkapje draagt. Ze snakt letterlijk en figuurlijk naar adem, ‘houd het nu nooit op’ roept ze verslagen. Aan de Boa’s laat zij het medisch document zien waarin haar gebroken hartaandoening en medicijnen staan vermeld, voor als haar iets overkomt. Ja, voor haar is het allemaal een herhaling van toen, dat niemand kan ontkennen.

Zwijgen is geen optie…

‘Ze beseffen niet wat ze doen, ze weten niet waar ze mee bezig zijn. Als er niet wordt ingegrepen loopt dit heel slecht af’ zegt ze. ‘Morgen ga ik de krant bellen, ze moeten gaan beseffen waar ze mee bezig zijn, ze moeten het weten, het moet stoppen!’.

Lieve mam ik hou van je… Wij zijn dankbaar voor het leven en het doorzettingsvermogen dat jij ons hebt gegeven. Net als uw moeder bent U een voorvechter voor vrede en nu staan wij op voor onze vrijheid. We hebben uw trauma aanschouwd en doorvoeld in de drama’s van het leven. Het heeft mij geleerd wat vergeven inhoudt, dat ons bevrijdt van een karmisch verleden die zijn oorsprong niet kent.

Onze collectieve geschiedenis noodzaakt de mens tot individuele bezinning, waarmee het geweten erkenning krijgt, opdat het ongekende als mooie herinnering geschiedenis kan schrijven.

Erica Argelo, dochter van:
Frieda Josephina Argelo- Kalenka, geboren in 1935 & Johannes (Joop) Argelo † 1929 – 2010

Related posts